WWW.HELEENSFAVORIETEN.NL
Favoriete recepten en restaurants
Variatie op de Pierogi's

Dit recept is gebaseerd op de pierogi's maar heeft een heel ander resultaat. Het is leuk om te zien dat een basisrecept geschikt is voor veel leuke eindresultaten. Omdat ik eens iets anders wilde dan worstenbroodjes van bladerdeeg en geen geduld had voor gistdeeg heb ik mijn vegetarische worstjes eens in dit deeg gewikkeld. Gelukkig was het een zeer geslaagd experiment. Het grappige is dat dit deeg zich ook uitermate goed leent voor een zoete vulling. Zo hoef je maar één keer deeg te maken en je hebt genoeg voor diverse gangen of bijgerechten. Met dit deeg maak je ongeveer 10-12 gevulde broodjes afhankelijk van hoe groot je vulling is en hoe dun of dik je het deeg uitrolt.
De bereidingstijd is ongeveer 30 tot 45 minuten afhankelijk van hoe snel je de broodjes vult en hoeveel je er tegelijk maakt. Het lastigste is ze echt rustig te laten bakken zodat ze mooi gaar zijn en dus de verleiding te weerstaan ze te vroeg uit de pan te halen.

Je hebt nodig voor het deeg
450 gram volkorenmeel of patentbloem
3 el olijfolie
zout
(gedroogde) kruiden naar keuze (mag zoveel in als je lekker vindt maar je kunt 2-3 theelepels aanhouden)
300 milliliter warm water
extra boter of olie om in te bakken

Vulling
(vegetarische) worsten
of
kaas die je heel lekker vindt
of
(pure) chocolade

Meng de 450 gram volkorenmeel of bloem met de 3 el olijfolie, kruiden naar keuze (bijvoorbeeld basilicum en oregano) en een flinke snuf zout. Lekker makkelijk is het als je een staande mixer met deeghaak hebt maar met een handmixer met deeghaken of met je eigen handen kun je dit natuurlijk ook maken. Terwijl je deeg aan het mixen is laat je het water er straalsgewijs bij lopen (doe je dit met de hand kun je ook gewoon steeds een scheutje doen). Elk meel of bloem reageert anders dus gooi niet klakkeloos al het water er in maar kijk goed hoe je deeg reageert. Is het al een mooi geheel dat loskomt van de wanden van je kom dan zit er genoeg water in. Grote kans dat je water overhoudt! Laat het deeg ongeveer 3 tot 5 minuten mixen. Het beste is het deeg steeds af te dekken terwijl je de broodjes vormt en vult om te voorkomen dat het uitdroogt. Maak je er worstenbroodjes van dan moet je wel eerst de worstjes even bakken zodat ze helemaal gaar zijn en het liefst ook een beetje afgekoeld. Ik had vrij grote vegetarische worsten dus heb ik ze gehalveerd zodat de vulling ongeveer 9 cm lang was. Langer of korter mag natuurlijk altijd maar ik vond dit een goede en lekkere deeg tot vulling verhouding. Snijd of scheur een stuk van het deeg af ter grootte van ongeveer een golfbal of als je bijvoorbeeld maar tien stukken worst hebt kun je ook gewoon het deeg alvast in tien gelijke stukken verdelen. Maak het deeg plat door het plat te drukken op je aanrecht in de vorm van een rechthoek die net iets langer is dan je vulling. Vouw dan alle zijkanten naar binnen over de vulling heen zodat alles bedekt is en druk het deeg goed dicht. Eventueel kun je het deeg met een natte vinger even dicht wrijven. Je deeg kan beter iets te dun dan iets te dik zijn omdat het anders niet goed gaart. Zorg er echter wel voor dat het niet zo flinterdun is dat je vulling er uit kan ontsnappen tijdens het bakken. Verhit in een pan boter en/of olie en bak hierin op middelhoog vuur de broodjes aan alle zijden goed gaar. Laat ze eerst mooi bruin worden en draai dan het gas terug en draai ze zodat ze aan alle kanten nog even door kunnen garen.



Variatie 1. In plaats van (vega)worst kun je ook kaas naar keuze snijden en in het deeg vouwen. Lekkere smaakvolle kaas die relatief makkelijk smelt komt dan het beste tot zijn recht.

Variatie 2. Voor een zoete variant kun je een stuk chocolade inpakken in dit deeg. Juist de licht hartige smaak van het deeg met de zoetheid van de chocolade is een erg lekkere combinatie. Zelf maakte ik het met de pure kookchocolade van Verkade. Deze reep is in makkelijke stukken van 10 en 25 gram verdeeld die qua formaat perfect zijn in je deeg en zeker weten lekker smelt zodat de chocolade eruit loopt zodra je in het broodje bijt.

Serveer de broodjes onmiddellijk na het bakken met sausjes naar keuze. Bij de worstenbroodjes is curry erg lekker, de kaasbroodjes worden nog beter met wat mosterd en (raar maar waar!) de chocoladebroodjes worden onweerstaanbaar door er wat goede olijfolie overheen te sprenkelen (of serveer in een bakje zodat je kunt dippen).

Wil je nog wat bewaren voor de dag erna of later dan raad ik aan de broodjes ongebakken goed in te pakken en in de koelkast of vriezer te stoppen. Je kunt het niet heel lang bewaren en het deeg wordt er plakkeriger van dus leg je het in de koelkast maak het dan zo snel mogelijk op. Al afgebakken broodjes kun je even langzaam opwarmen in de pan, oven of magnetron maar vers zijn ze echt het allerlekkerst.



Tip: heb je deeg over maar geen vulling meer? Maak er dan platte rondjes van zo groot als bijvoorbeeld een pitabroodje en bak ze gewoon zo in de pan aan beide zijden goudbruin en gaar. Beleg met een topping, eet ze gewoon los of serveer ze bij je (avond)eten.

Hoe maak je een lekkere sticky grapefruitcake.

Een heerlijk plakkerige cake met de frisse smaak van grapefruit.
Vaak worden simpele cakes gemaakt met citroen, en hoe heerlijk dat ook is, ik wilde dit keer iets anders. Dit recept is geïnspireerd op een recept van Nigella Lawson uit het kookboek ‘hoe word ik een goddelijke huisvrouw.’ Ik ben ontzettend fan van Nigella en toch is dit het enige kookboek dat ik van haar heb. Maar ik ben er wel ontzettend blij mee en ik heb er al een best aantal dingen uit gemaakt ook al is het nog niet zo lang in mijn bezit.

Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn en aangezien deze cake net aan gaar is kies voor de meest verse eieren die je kunt vinden.

Ingrediënten
175 gr kristalsuiker
125 gr (plantaardige) boter
175 gr zelfrijzend bakmeel
2 grote eieren
4 eetlepels (plantaardige) melk
Rasp van 1 grapefruit
Zout

Voor de drizzle
100 gr poedersuiker
Sap van 1 grapefruit

Extra nodig
Bakvorm (afmetingen 23x13x7 cm)
Breinaald of satéprikker

Verwarm de oven (boven- en onderwarmte) voor op 180 graden. Zorg dat je bakvorm de afmetingen heeft die hierboven genoemd worden of in ieder geval erg in de buurt komen. Anders kloppen de baktijden en temperatuur niet meer. Bedek de bakvorm in een laag bakpapier zodat je na het bakken makkelijk de cake eruit kunt tillen.

Klop de 125 gram zachte boter samen met de 175 gram kristalsuiker samen tot het zacht en romig is. Voeg dan de rasp (alleen het mooi gekleurde van de schil, rasp niet de witte onderlaag) van de schoongeboende grapefruit en de eieren toe en meng tot het een mooi geheel is. Meng dan voorzichtig maar compleet de 175 gram zelfrijzend bakmeel, een snuf zout erdoor en als laatste de melk (vervanger) erdoor mengen. Stort het beslag in de bakvorm en smeer het gelijkmatig uit.



Bak de cake 45 minuten onderin de oven goudbruin en (bijna) gaar. Je kunt checken of de cake naar wens is door er een breinaald of satéprikker in te steken. Komt deze er schoon uit dan is de cake gaar.

Terwijl de cake in de oven staat maak je de drizzle. Knijp het sap van de grapefruit uit en meng het met de 100 gram poedersuiker. Smelt dit op laag vuur in een klein pannetje. Als de suiker opgelost is is de drizzle klaar. Als er wat van het vruchtvlees meekomt is dat niet erg, sterker nog dat is juist heel erg lekker!

Laat na het bakken de cake in de vorm staan. Prik in de gare cake gaatjes en verdeel gelijkmatig de drizzle er over. Laat helemaal afkoelen in de vorm voordat je aanvalt anders kan de cake uit elkaar vallen.

Hoe maak je een heerlijke vegan poolse pierogi.

Voor dit recept ben ik een behoorlijke tijd bezig geweest en zoals jullie vast inmiddels van mij gewend zijn weer eens meerdere recepten gebruikt en er mijn eigen draai aan gegeven. Het resultaat mocht er zijn, de pierogi’s waren bijna net zo lekker als die we in Polen gehad hebben.
Het deeg voor de pierogi’s hoeft niet te rijzen en de vulling is zo gemaakt, houd er echter rekening mee dat het uitrollen van het deeg, het uitsteken van de vormpjes en het vullen en dichtvouwen van de pierogi wel even wat tijd kost. Nog handiger als je wat extra handjes hebt, zet die dan vooral in!

Voor 20-30 stuks afhankelijk van hoe dun je deeg en hoe groot de rondjes zijn.
Makkelijk voor te bereiden
Tijd: tussen 1 en 2 uur afhankelijk van hoe snel je bent met pierogi’s vormen.

Ingrediënten:
Voor het deeg
450 gram bloem
3 el zonnebloemolie
Zout
300 ml water

Voor de vulling
Kastanjechampignons 450 gram (of meer als je dat lekker vindt)
(Verse) zuurkool 500 gram
Witte ui
Knoflook
Zout
Peper
Komijnzaadjes
(Verse) tijm
Eventueel andere kruiden die je lekker vindt

Dit gerecht kun je serveren met een lekker sausje, bijvoorbeeld de champignonragout die ik beschrijf in een ander recept (naar linken) of een lekkere knoflooksaus die je makkelijk zelf maakt door wat fijne knoflook te mengen met plantaardige of lactosevrije yoghurt en wat zwarte peper. Maak je deze knoflooksaus dan raad ik je aan deze te maken voordat je begint zodat de knoflook lekker in de yoghurt kan trekken. Maak je de ragout doe dat dan tijdens het maken van de vulling en serveer de pierogi lekker in deze saus.

Maak allereerst het deeg. Gebruik daarvoor 450 gram bloem (in mijn geval de gewone patentbloem van de lidl), voeg daarbij drie eetlepels zonnebloemolie toe en een goede snuf zout en dan als laatste de melk (vervanger) erdoor mengen. Heb je een staande mixer laat die dan lekker het werk doen. Terwijl dit namelijk draait moet er 300 milliliter warm water straalsgewijs worden toegevoegd. Het warme water zorgt ervoor dat het deeg rekbaar, soepel maar ook plakkerig wordt. Het voordeel van het water straalsgewijs toevoegen is dat je kunt stoppen als je het deeg nat genoeg vindt. Ik had bijvoorbeeld ook niet al het water nodig. Hoe warm het water precies moet zijn weet ik niet, zelf heb ik het opgewarmd in een glazen kannetje totdat deze lekker warm aanvoelde. Het mag warmer dan het water voor gistdeeg zijn maar net niet kokend water zoals ik las in sommige andere recepten vond ik ook weer niet nodig. Kneed (of laat de keukenmachine kneden) door totdat er een soepel deeg ontstaan is dat loslaat van de rand van de kom. Dek het deeg af (echt doen anders komt er een hard laagje op en dat is niet erg lekker) en maak ondertussen de vulling.

Je kunt pierogi vullen met echt vanalles. Deze vulling is een variant op de vulling die wij hadden in polen. Tegelijk simpel en lekker.
Laat de zuurkool uitlekken. Snijd een witte ui en een paar tenen knoflook fijn en bak aan in een al hete pan met een scheut simpele olijfolie. Heb je geen olijfolie dan is zonnebloemolie of (plantaardige) boter ook prima. Maak ondertussen de kastanjechampignons schoon door ze af te vegen met een daarvoor bestemd borsteltje of een stukje keukenpapier. Wellicht weet je dit al maar champignons wassen zorgt ervoor dat ze het water opnemen en waterig en smaakloos worden. En de vulling voor je pierogi’s wordt dan te nat! Snijd de schone champignons in kleine stukjes. Groot genoeg dat je ze nog echt kunt proeven maar wel zo klein dat ze in de deeglapjes zullen passen. Voeg de champignons toe aan de pan. Snijd de uitgelekte zuurkool wat fijner en voeg ook dat toe aan de pan (je hoeft niet alles te gebruiken, kijk wat je lekker vindt. Zelf heb ik wat minder gedaan zodat de champignons niet helemaal zouden verdwijnen, andere optie is wat meer champignons toevoegen). Breng op smaak met zout, peper, een theelepel komijnzaadjes en wat tijm. Laat de vulling ongeveer tien minuten zachtjes op staan zodat de smaken goed kunnen intrekken. Proef of je het al lekker vindt. Moet er misschien nog wat extra peper bij? Of andere kruiden die je ontzettend lekker vindt?

Nu komt het uitrollen van het deeg. Zorg voor lekker veel ruimte op je aanrecht. Besprenkel het aanrecht en je deegroller met bloem en rol het deeg heel dun uit, tot ongeveer 2 millimeter. Laat je het te dik dan krijg je hele stevige pierogi’s met kans dat ze niet goed gaar worden. Leg een plank of groot bord klaar die je ook bestrooid met wat bloem. Steek met een uitsteker (of kommetje of glas met een relatief scherpe rand) rondjes uit van ongeveer 7 of 8 cm doorsnede. Zelf had ik een uitsteker gebruikt van 10 cm doorsnede waardoor ze iets te groot uitvielen. Dat is overigens helemaal niet erg dus als je liever grotere maakt ga vooral je gang. Vul de rondjes met een klein schepje vulling. Het deeg is lekker rekbaar dus als je er iets te veel op legt dan kun je het deeg nog wat uitrekken om het te laten passen. Maak de randjes van de lapjes deeg een beetje nat zodat het dicht plakt en vouw het deeg over de vulling dubbel. Druk eerst de lucht eruit en druk daarna heel goed de randen dicht. Leg ze op je bebloemde plank of bord. Zorg ervoor dat de pierogi’s niet op elkaar liggen want dan gaan ze aan elkaar vast plakken. Ga zo door tot al het deeg op is. Zet ondertussen een pan ruim water met wat zout erin op en breng aan de kook. Als het water kookt laat je voorzichtig wat pierogi in het water glijden. In mijn pan pasten er 4 tot 6 tegelijk dus afhankelijk van de grootte van je pan kun je zelf inschatten hoeveel je er tegelijk kunt koken. Liever te weinig dan te veel tegelijk. Kook de pierogi in ongeveer 5 minuten gaar. Serveer met de rest van de vulling en met sausjes naar keuze.

Hoe maak je een vegatarische andijviestamppot.

Wanneer het buiten wat kouder wordt krijg ik vaak trek in een lekker stamppotje. Gelukkig is er vandaag de dag genoeg vega om uit te kiezen! Dit keer eens geen rookworst genomen maar een lekker filetlapje.

Zo kan het (voor 2-3 personen):

Schil en snijd iets meer dan een kilo aardappelen. Kook ze in ruim water gaar in ongeveer twintig minuten. Je kunt voorgesneden andijvie gebruiken maar ook een krop die je lekker zelf snijd. In het laatste geval zorg er voor dat je de andijvie echt heel goed wast (als je tenminste geen zand in je eten wilt). Bak ondertussen bacon van de vegetarische slager (te vinden in het vriesvak) lekker goudbruin en knapperig. Het vega filetlapje (bbq versie van de lidl die helaas niet altijd te koop is maar wel erg lekker is en prima in te vriezen valt waardoor ik er altijd wel wat op voorraad heb) kun je naar smaak hard of zacht bakken. Tijdens het stampen van de aardappels kun je de puree lekker smeuïg maken door er een klontje (plantaardige) boter bij te doen en een scheut (lactosevrije) melk. Voeg na het stampen de andijvie erbij en meng het goed door elkaar. Je kunt het zo serveren of nog even de pan terug op het vuur zetten. Let er wel op dat je de andijvie niet tot snot kookt dat is niet zo lekker. Serveer de stamppot met de knapperige bacon stukjes en het filetlapje. Ook lekker met piccalilly, zure uitjes, heinz salad cream, mosterd, augurken (moet ik nog even doorgaan of is het wel genoeg keus zo?)

Dit gerecht maakt voor mij het gure weer een stuk smakelijker. Geniet er van!



Ben je ziek?
Rond de herfst is het de tijd van griepjes en verkoudheden. Om je gezondheid wat op te krikken kun je het volgende doen.

Probeer veel te slapen, kun je geen middagdutje doen? Ga dan op tijd naar bed. Dat is effectiever dan laat naar bed en uitslapen. Zorg dat je genoeg vitamines binnen krijgt in de vorm van groenten en fruit. Lukt het je niet dan kun je ook extra vitamines slikken. Drink veel water en thee. Neem bijvoorbeeld het volgende drankje: doe in een (thee)kopje een stuk citroen, bijvoorbeeld één dikke plak en een schijfje verse gember. Giet er kokend water op. Roer er een theelepel honing doorheen en drink op als hij genoeg is afgekoeld om fatsoenlijk te kunnen drinken zonder je mond en/of keel te verbranden. Drink dit een aantal keer per dag. Let wel op dat je daarnaast niet nog veel suiker binnenkrijgt want honing telt natuurlijk ook voor je suikerinname. De honing kun je ook weglaten maar als je een zere keel hebt helpt het dit wat te verzachten.

Beterschap!
Pink latte
Ook een roze latte kan gewoon lactosevrij vandaag de dag. En nee de kleur komt niet van kleurstof! Het is eigenlijk heel simpel. Schenk vers gezette espresso (of lungo of wat mij betreft kan filterkoffie ook lekker) in een hittebestendig glas. Verwarm de melk van je keuze. Bijvoorbeeld lactosevrije melk, soyamelk of amandelmelk en schuim deze op. Dat kan bijvoorbeeld in een pannetje en een mixertje of in een speciaal opschuim apparaatje. Roer door de koffie een eetlepel bietensap (of meer/minder tot je de gewenste kleur hebt) en schenk hierbij de opgeklopte warme melk(vervanger). Maak af met een toef (plantaardige) slagroom. Eerst proeven voordat je suiker of koffiesiroop toevoegt! Bietensap is verrassend zoet van zichzelf.



De bietensap die ik gebruik is van Zonnatura. De slagroom is te vinden bij de natuurwinkel maar tegenwoordig ook bij de Albert Heijn. Zoek in het laatste geval naar ‘Topping, een plantaardig alternatief voor slagroom’ een erg lekker alternatief vind ik zelf.



Tip: Drink je deze roze koffie in oktober? Dan kun je er een foto van op social media plaatsen specifiek om aandacht te vragen voor borstkanker.






Groentesoep
Mijn vriend en ik zijn samen ziek. Hoort een beetje bij het weer geloof ik, wij zijn zeker niet de enigen. Om een beetje op krachten te komen heb ik een lekkere pan groentesoep gemaakt. Meteen veel te veel zodat de rest de vriezer in kon voor een eventuele volgende keer. Dit is ook handig om wat overgebleven groentes op te kunnen maken dus speel gerust met de soort groenten die je toevoegt.
Wat heb je nodig

Een grote pan
Een bos wortelen
Paprika
Lente ui
Ui rood of geel
Paddenstoelen bijv. Shiitake
Bouillonblokjes
Knoflook
Lekkere extra’s zoals dumplings of vermicelli
Snijd de groente in medium grote stukken. We gaan ze er niet uithalen dus snijd ze zo groot als je het zelf lekker vind. De groente worden wel een stuk zachter door het lange pruttelen dus tenzij je wilt dat het compleet uit elkaar valt en verdwijnt zou ik het niet al te klein snijden. Alleen de knoflook en lente ui mag wat klein gesneden worden. Zet een grote pan op het vuur en doe er wat boter in. Als dit gesmolten is, bak de rode of gele uien met de knoflook wat aan. Zorg dat het niet verbrand anders is de basis van je soep meteen bitter. Na 2-3 minuten kun je alle gesneden wortelen toevoegen aan de pan. Roer door. Heb je nog meer harde groentes om in je groentesoep te doen voeg dit dan ook op dit moment toe. Voeg na een paar minuten (3-4) je zachtere groentes toe zoals de paprika en de paddenstoelen en roer ze weer door de rest. Zet ondertussen een waterkoker, fluitketel of apart pannetje water op het vuur. Als je water bijna kookt voeg de bouillonblokjes dan toe aan de pan. Ik heb er zelf 6 gebruikt omdat ik 4 liter soep (veel groentes + 3 liter water) heb gemaakt en dit blokjes waren voor op een halve liter water. Maak je minder soep kun je dus met minder blokjes toe. Voeg dan het kokende water toe aan de pan en roer even goed door. Vul daarna je waterkoker of fluitketel nogmaals met water en vul aan totdat je de gewenste hoeveelheid soep hebt. Laat de soep 10 tot 20 minuten pruttelen totdat al je groentes zacht zijn geworden. Eventueel kun je nog vermicelli toevoegen of vegetarische dumplings/gyoza (deze overheerlijke met groentes gevulde deegpakketjes zijn te koop bij de toko), volg dan voor kooktijd de instructies op de verpakking. De lente ui voeg je pas aan de soep toe als deze in kommen geserveerd is, voor een frisse bite. Serveer de groentesoep lekker heet en eventueel met een stokbroodje met kruidenboter bijvoorbeeld. Geniet er van! En maak je deze groentesoep omdat jij of een familielid ziek is? Dan wens ik jullie beterschap!

Koken uit je voorraadkast
Ik woon in een dorpje met maar één supermarkt met weinig ruime openingstijden. Om altijd voorbereid te zijn heb ik daardoor een enorm goed gevulde voorraadkast en vriezer. Uiteraard kan ook dat over datum dus besloot ik laatst een complete maaltijd te maken met alleen maar producten uit mijn eigen voorraad.


Een greep uit de voorraad
Met deze heerlijke ingrediënten kun je een goede quinoa salade maken. Voor wie nog nooit gehoord heeft van quinoa: het komt van nature voor in Zuid-Amerika en is ontzettend veelzijdig. Je kunt het als basis voor een maaltijd gebruiken net zoals rijst en couscous. Het wordt ook wel gebruikt als een soort granen (maar het zijn dus geen granen en daardoor glutenvrij). Vorm er vooral je eigen mening over door het gewoon een keer klaar te maken en te proeven. Duur is het niet en ingewikkeld al helemaal niet.

Wat ik precies met de bovenstaande producten heb gedaan is als volgt

De quinoa kook je zoals op de verpakking staat aangegeven (ongeveer 8 minuten koken en daarna even laten staan). Vervolgens gebruik je dit als basis en voeg toe wat je lekker vind. In mijn geval dus bietjes (gekookt), wortelreepjes, peren, augurken, gekookt eitje, noten en slasaus. Wat ik helaas niet had maar wat er ook ongelooflijk lekker doorheen is zijn blaadjes munt en feta. Je kunt ook goed pijnboompitten toevoegen. Mix het geheel goed door of laat de ingrediënten bovenop de quinoa liggen als een soort poké bowl.




Quinoa bietjes salade


Duik in je voorraadkast en zie met wat voor interessante combinaties je tevoorschijn kunt komen. Experimenteer en geniet!



Vegetarische worstenbroodjes met curry
Een heerlijk snel hapje die ook prima koud gegeten kan worden: de vegetarische worstenbroodjes. Je kent ze misschien wel, de ‘pigs in a blanket.’ Vroeger een enorme favoriet van mij. En toen werd ik vegetariër. Helaas geen lekkere warme kleine worstjes in knapperig bladerdeeg dacht ik. Maar gelukkig zijn er genoeg alternatieven waardoor je toch van deze lekkere hapjes kunt blijven genieten. Ik heb vrijwel altijd bladerdeeg op basis van margarine in huis waardoor deze lactosevrij is. Een gewoon huismerk bladerdeeg is hier prima voor te gebruiken. De worstjes kunnen van alles zijn maar wij gebruiken meestal de vegetarische BBQ worstjes van de Lidl. Het enige nadeel is dat ze die niet altijd hebben dus we gaan het ook proberen te maken met andere worstjes. Ik denk dat de vegetarische knakworstjes van Unox ook prima hiervoor geschikt zijn. Ik dwaal af, terug naar het recept. Zoals de meeste van mijn recepten is vrijwel alles optioneel dus laat gerust iets weg als je het niet hebt of niet lust. In principe is dit recept vegan, afhankelijk van de worstjes die je gebruikt. Zo maak en eet ik mijn worstenbroodjes het liefst:

Ingrediënten
Bladerdeeg (plantaardig)
Vegetarische / veganistische (knak) worstjes
Curry
Maanzaad
Sesamzaad


Ingrediënten voor worstenbroodjes

En zo maak je ze
Haal de gewenste hoeveelheid plakjes bladerdeeg uit de vriezer en leg ze op het tussenvelletje naast elkaar neer zodat ze kunnen ontdooien. Ik gebruik zelf meestal vier plakjes voor twee personen. Verwarm de oven voor volgens de instructies op de verpakking van het bladerdeeg. Vaak is dat 200 tot 220 graden afhankelijk van je oven. Aangezien ik een onder- en bovenwarmte oven heb, zet ik zelf de oven altijd iets warmer.
Leg alvast bakpapier op een bakplaat.

Na ongeveer tien minuten zijn de plakjes bladerdeeg voldoende ontdooid om te kunnen vouwen. Heb je kleine worstjes of wil je kleinere hapjes maken, snijd dan het bladerdeeg desgewenst in twee of vier stukken. Leg een klodder curry (of andere saus) in het midden. Meestal maak ik een streep.


Maak een streep met de saus

Leg daar het worstje net naast en rol het deeg op. Niet te strak anders loopt al je curry er uit. Gebruik gewoon die curry die jij het lekkerst vind. Ik houd van de wat meer pittige curry, maar wat zachtere curry werkt hier ook prima. Ben je niet zo’n curryfan of wil je afwisseling dan kun je ook prima mosterd gebruiken in plaats van curry.


Leg het vegetarische worstje in de lengte van de saus

Als je alle worstjes mooi ingerold hebt en op de bakplaat hebt liggen maak ze dan vochtig met een beetje water. Bestrooi direct daarna de worstenbroodjes met sesamzaad en maanzaad. Door het water zal het blijven plakken. Als je het deeg om de worstjes mooi plat wilt houden snijd er dan een paar strepen in.


Snijd overdwars het deeg in

Besprenkel de natgemaakte worstenbroodjes met maanzaad en sesamzaad

Na ongeveer 20 minuten zijn de worstenbroodjes afgebakken. Je kunt het goed zien aan het bladerdeeg. Als dat mooi goudbruin is zijn je broodjes klaar. Mocht het bladerdeeg toch niet helemaal gaar blijken te zijn, zet dan je oven volgende keer iets lager in temperatuur en bak ze langer af. Bij een onder- en bovenwarmte zou ik de broodjes onderin de oven bakken. Bij een heteluchtoven gewoon in het midden van de oven.


Goudbruin, gaar en nog te heet om te eten

Laat ze even afkoelen, iets kouder vind ik ze altijd het lekkerst en daarmee voorkom je ook dat je je mond brand aan de hete curry.

Geniet er van!






De broodjes kunnen de volgende dag lekker mee in de broodtrommel.

Suikervrij bananenbrood
Dit is mijn eigen versie van het bananenbrood. Het originele recept komt van 24Kitchen en die vind je hier. Ik heb het een en ander aangepast. Dit is een makkelijk recept, om alles te mengen heb je eigenlijk alleen een vork en een mengkom nodig. In mijn versie maak ik het brood een beetje tropisch door er kokos aan toe te voegen. Uiteraard is dit optioneel. Vind je noten lekker erdoor? Voeg er een (eventueel fijngehakt) handje aan toe. Varieer er lekker op los!



Ingrediënten:

150 g bloem
2 tl bakpoeder
1 tl kaneelpoeder
1 snufje zeezout
2 eieren
70 g lichte olijfolie (iets minder mag ook)*
3 rijpe bananen
2 el honing
handjevol rozijnen (optioneel)
geraspte kokos (optioneel)

*In het originele recept staat 100 gr olie maar in het filmpje dat er bij hoort zegt ze ‘een scheut.’ Ik heb zelf een flinke scheut gedaan die uiteindelijk uitkwam op 77 gram. Iets minder kan ook wel, ik vind het nog een beetje te vettig vandaar dat ik het naar beneden heb afgerond. Wellicht kun je met 60 gram olie ook wel toe. Overigens was de cake niet zo vet dat het vies werd vandaar dat ik er toch voor heb gekozen 70 gr neer te zetten.

Extra nodig

cake- of broodvorm van ongeveer 32 cm (kleiner kan ook maar dan zal je bananenbrood wellicht iets langer in de oven moeten. Neem je een hele kleine vorm verlaag dan de temperatuur. Een hele duidelijke uitleg hiervan vind je op de site van Laura’s Bakery).
satéprikker of schone breinaald
bakpapier

Bereidingswijze

Verwarm de oven voor op 180 °C. Dit gaat om een oven met onder- en bovenwarmte, dus geen heteluchtoven.

Kneus met je handen de bananen in de schil. Haal ze uit de schil en doe ze in een kom. Prak de bananen verder met een vork tot een egale massa. Voeg de honing en kaneel toe en meng. Voeg vervolgens de eieren toe en meng weer. Zeef de bloem en het bakpoeder boven de kom en meng met de bananen. Voeg nu de olijfolie en een snuf zout toe, en meng. Wel een handjevol rozijnen voor een paar minuten in koud water. Voeg de kokos toe. Zelf gebruikte ik ongeveer 2 eetlepels kokos maar achteraf gezien kon er wel wat meer bij. Voeg de rozijnen toe zonder het water. Meng ook dit weer goed door het beslag.



Bekleed een cakevorm met bakpapier en giet hier het beslag in. Gaar het bananenbrood in de oven voor ongeveer 25-30 minuten. Check met een satéprikker of breinaald of het bananenbrood gaar is. Als er niets aan blijft plakken is het gaar. Prik voor de zekerheid op meerdere plekken. Laat circa 10 minuten buiten de vorm afkoelen voordat je het bananenbrood aansnijdt.

Garneer eventueel met wat verse plakjes banaan. Erg lekker als tussendoortje of zelfs al ontbijt. Mijn advies is om het bananenbrood te bewaren in de koelkast en snel op te eten. Of snijd het brood in plakjes en vries ze bijvoorbeeld per twee in.

Vrekkenfriet
Vrekkenfriet is een variatie op wentelteefjes. Erg lekker om je oude brood mee op te maken! Het oorspronkelijke recept komt uit een kookboek van niemand minder dan Donald Duck.

Deze ‘frieten’ zijn lekker snel klaar.



Je hebt nodig:
– 2 eieren
– 1 dl lactosevrije of plantaardige ‘melk’
– 1 zakje vanillesuiker van 8 gram
– 3-4 sneden oud brood
– plantaardige boter om in te bakken
– toppings naar keuze, bijvoorbeeld poedersuiker, stroop en/of vers fruit

Klop de eieren met een garde los in een mengkom of platte schaal en roer er de plantaardige melk en vanillesuiker door. Snij de sneeën brood in dikke repen van ongeveer 2 tot 3 centimeter naar eigen smaak en inzicht. Leg de broodrepen even in het eimengsel. Niet langer dan 3 minuten anders worden ze te slap. Als het goed is is dan ook al het eimengsel opgenomen door de broodrepen. Verhit ondertussen de plantaardige boter in een koekenpan en bak de broodrepen rondom goudbruin en knapperig. Afhankelijk van de grootte van de pan kunnen ze in delen gebakken worden. Het is beter als de pan niet te vol zit. Serveer de ‘vrekkenfriet’ direct. Ze zijn zonder enige opsmuk al erg lekker maar ik serveerde ze met vers gesneden banaan, bosbessen en poedersuiker. Zo wordt oud brood eten toch eigenlijk een feestje. Geniet er van!